Swipe to the left

Met z'n allen wijzen naar het oosten

Met z'n allen wijzen naar het oosten
Geen reactie

Het kost je ongeveer 4 minuten om dit artikel te lezen


Hoewel ik een zeer prettige en fijne zomervakantie heb gehad, ik hoop u ook, ben ik als een kind zo blij dat het nieuwe voetbalseizoen weer is begonnen. Heerlijk. Iedereen een schone lei en allemaal zwanger van hoopvolle vooruitzichten en verwachtingen. Een nieuw begin met veel nieuwe namen en gezichten. Ook in het doel. Ballenvangers van allerlei pluimage, waarachtig uit alle windstreken afkomstig. Zo stonden er, tijdens de allereerste speelronde van dit nieuwe eredivisieseizoen, 8 buitenlandse keepers onder de lat. Acht. Van de achttien. Dat is, snel uitgerekend, bijna de helft. We zagen een Deen, een Australiër, een Portugees, een Kameroener, een Moldaviër en welgeteld drie Duitsers. En ja, natuurlijk is Duitsland het land van Neuer en Ter Stegen. Van Karius (inmiddels misschien niet meer het allerbeste voorbeeld), Trapp en Leno. Maar is het daarmee ook meteen het beloofde keepersland. Komen de besten daadwerkelijk uit het oosten?

Dat Lars Unnerstall, Timo Wellenreuther en Janis Blaswich onder Nederlandse deklatten staan is, in aantal, niet eens uniek. Want aan het eind van vorig seizoen stonden er ook 3 Duitsers in het doel; de reeds eerder gememoreerde Unnerstall, Wellenreuther én Spartadoelman Jannik Huth.

Waar de weinig potten brekende Huth inmiddels met stille trom uit Rotterdam is vertrokken en is teruggekeerd naar FSV Mainz, was ook het initiële optreden van Timo Wellenreuther geen onverdeeld succes. De doelman, afkomstig van Schalke 04, begon vorig seizoen met 18 tegendoelpunten in zijn eerste 7 wedstrijden en verspeelde subiet zijn basisplaats aan Mattijs Branderhorst. En die deed het, op zijn beurt, voortreffelijk. Maar nadat de jonge Willem 2 goalie tegen PSV geblesseerd raakte, nam Wellenreuther de plaats onder de Tilburgse deklat weer over. Maar voor hoelang is natuurlijk de grote vraag.

Lars Unnerstall daarentegen heeft wel bijzonder veel indruk gemaakt. Zeker voor de winterstop werd het goede afsnijden van VVV voor een ferm deel op het conto van Unnerstall bijgeschreven. Hij is groot, sterk, heeft een indrukwekkende uitstraling, durft uit zijn doel te keepen, benadert zijn vak uiterst professioneel en boezemt ontzag in. Veel ontzag. Al deze uitmuntende kwaliteiten leverden hem zelfs een transfer op naar PSV. Dat hem overigens direct weer terug uitleende aan VVV.

Drie Duitse doelwachters op het hoogste niveau. Heel vreemd klinkt dat allemaal niet. Maar een enorm lange geschiedenis van Duitse keepers in Nederland hebben we, ondanks de geringe geografische afstand, ook niet bepaald. Kunt u er, behalve de al eerder genoemde namen, vijf opnoemen?

Martin Pieckenhagen is in dit geval een naam die bij de meesten van ons redelijk direct opborrelt. Pieckenhagen speelde van 2005 tot en met 2010 bij Heracles Almelo. Behalve vele fenomenale reddingen zal hij mede herinnerd worden om zijn goal tegen AZ. Diep in blessuretijd passeert hij collega-keeper Henk Timmer en kopt hij zijn Almelose werkgever naar een punt in Alkmaar.

Pieckenhagen was afkomstig van Hamburger SV en speelde voordien bij MSV Duisburg en Hansa Rostock. Met zo’n 200 Bundesligawedstrijden op zijn naam, is het op het eerste gezicht niets meer dan een mirakel dat hij uitgerekend bij Heracles terecht komt. Maar dat wonderlijke blijkt achteraf nogal mee te vallen. Bij de inmiddels gevallen topclub HSV speelde Pieckenhagen namelijk met de Nederlander Nico-Jan Hoogma. Omdat die 2 in de Noord-Duitse havenstad een vriendschapsband opbouwen, speelt Hoogma een hoofdrol in het binnenhalen van de geroutineerde doelman.

Vriendschap, netwerken, liefde en een hoge gunfactor. Het speelt een essentiële rol in het aantrekken van spelers. Blijkt telkens weer. Want door zijn langjarig verblijf in Almelo is ook ‘Piecke’, na 165 Eredivisie duels, een Heraclied in hart en nieren geworden. En het is dan ook deze gewezen doelman die zijn oude liefde tipt over Janis Blaswich. Een vakbekwame keeper die bij Borussia Mönchengladbach in de uitdrukkelijke schaduw stond van Marc-André ter Stegen en daardoor tot geen enkele Bundesliga wedstrijd kwam. Noodgedwongen werd hij verhuurd aan Dynamo Dresden en Hansa Rostock. Laatstgenoemde niet toevallig één van de oud clubs van Pieckenhagen.

En zo verkast Janis Blaswich, na een goed woordje van een illustere voorganger, naar het überhaupt behoorlijk Duits georiënteerde Heracles Almelo. En maakt hij in zijn openingswedstrijd tegen Ajax een goede indruk. Met name een rustige indruk. En laat hij zien van de ouderwetse Duitse stempel te zijn. Blaswich bokst namelijk ballen weg dat het een aard heeft.

Terug de geschiedenis in.

Zegt u de naam Nico Pellatz nog iets? Hij is een andere Duitse globetrotter in de goal. Speelde bij ADO Den Haag, Excelsior en Sparta. En stond ook bij Werder, Hertha, Dynamo Dresden, Viktoria Köln en het Cypriotische Apollon Limassol onder contract. Maar veel indruk maakte hij nimmer. En nergens. Net als Philipp Heerwagen, die ooit werd getest door Feyenoord. Een keeper die, inmiddels 35 jaar oud, nog steeds onder contract staat bij de ultieme cultclub Sankt Pauli.

Edoch.

Duitse keepers bij Nederlandse topclubs, het is tot nu toe nog geen overgelukkig huwelijk gebleken.

Nou ja, op één uitzonderlijke uitzondering na dan. Hoewel. De meest succesvolle Eredivisiekeeper die zijn wieg had staan in Duitsland is ‘gewoon’ een Nederlander. Weliswaar met nul interlands achter zijn naam, maar wel met drie gewonnen Europa Cups voor Landskampioenen in de pocket. Drie belangwekkende zeges waarin hij telkenmale de nul hield. Heinz Stuy. Geboren in Wanne-Eickel, in de deelstaat Noordrijn-Westfalen, en uiterst succesvol doelman in dienst van Ajax. Met die club pakte hij, tussen 1967 en 1976, behalve 3 keer de voorloper van de Champions League ook 2 landstitels en 3 bekerzeges,

Nee. Het beloofde keepersland is Duitsland zeker niet. In ieder geval niet voor Nederland. Omdat zij die van extraklasse zijn, tevens een te ferme prijskaart hebben voor de bescheiden Hollandsche budgetten. Maar af en toe kan een Nederlandse club best eens prettig met de neus in de boter vallen en een ballenvanger van over de grens halen die daadwerkelijk bijzonder waardevol is. Pieckenhagen is daarvan een prima voorbeeld. Net als Unnerstall. En natuurlijk houden we haarscherp in de gaten hoe Blaswich zich ontwikkelt.

Maar blindstaren hoeven we ons absoluut niet op hen die uit het oosten komen.


Dit artikel is geschreven door Leo Oldenburger

Leo Oldenburger

Geplaatst in: Statistieken
* invullen verplicht
Inschrijven Nieuwsbrief Blog Keepable


web-monitoring-ok