Swipe to the left

Hoe bouw je op als keeper bij een doeltrap?

Hoe bouw je op als keeper bij een doeltrap?
Geen reactie

Het kost je ongeveer 4 minuten om dit artikel te lezen


Als keeper sta je er natuurlijk om doelpunten te voorkomen, maar je bent ook de eerste man in de opbouw. In het ideale geval met een puntgave assist uit een uittrap, veel vaker door een aanval zorgvuldig op te bouwen. Wat is daarbij belangrijk?

Natuurlijk moet je er als keeper altijd voor zorgen dat je uitvoering in orde is: strak en zuiver inspelen, op het juiste been. Dat is vooral een kwestie van heel veel trainen. Misschien nog wel belangrijker zijn de keuzes die je als keeper maakt. Wie speel ik in en op welke manier? En wanneer kies ik voor de lange bal?

Als een tegenstander inzakt, is die keuze simpel: je levert de bal in bij een verdediger, die vervolgens een oplossing vooruit zoekt. Maar als de tegenpartij ver op jullie helft drukzet, wordt het voor een keeper een stuk ingewikkelder. Een foute pass is dan al snel fataal en dat wil je niet op je geweten hebben.

Twijfel is een slechte raadgever!

Vrije man

Wie je inspeelt bij een doeltrap, hangt vooral af van de manier waarop de tegenstander drukzet. Zetten zij over het hele veld man-op-man vast, dan staat er waarschijnlijk geen teamgenoot vrij. De voorhoede staat wel 1 tegen 1, dus een lange bal is een logische keuze. Als één aanvaller zijn verdediger te slim af is, staat hij al snel alleen voor de keeper.

Vaak houden tegenstanders echter een centrale verdediger ‘over’ en zetten ze in ondertal vast. Dan is het aan jou als keeper om te herkennen waar de vrije man zich bevindt. Is dat bij een centrumverdediger, een back of ergens op het middenveld? Herken je dat, dan heb je de eerste stap al gezet.

De tweede stap is: hoe krijgen we de bal daar? En hoe krijgt de medespeler die de bal ontvangt zoveel mogelijk tijd en ruimte om een goed vervolg te verzinnen? Door op zulke momenten als team samen te werken, kun je veel gemakkelijker opbouwen. Als keeper speel je hierin een belangrijke rol: jij overziet het hele veld en kunt je teamgenoten dus goed coachen.

Twee spitsen

Je ziet bijvoorbeeld in één oogopslag dat de tegenstander met twee spitsen speelt en de buitenste middenvelders wat aan de binnenkant staan(zie de eerste afbeelding). Daardoor zijn je backs vrij, maar je durft het met een pass nog niet aan. Stappen de centrumverdedigers iets naar binnen, dan lokken ze hun directe tegenstanders mee. De backs zakken iets uit, zodat ze na het ontvangen van de bal direct kunnen opendraaien (zie de tweede afbeelding).


Lopen de spitsen van de tegenstander niet mee, dan komen je centrumverdedigers vrij. Zij kunnen opendraaien of kaatsen. Over zo’n situatie kun je vooraf met je centrumverdedigers hebben. Tijdens de wedstrijd ondersteun je ze door ze goed in te spelen en ‘kaats’ of ‘draai’ te roepen. Eventueel kun je met je hand wijzen naar de kant waar ze naartoe moeten draaien.

Weg bewegen

In een andere spelsituatie speelt een tegenstander met drie aanvallers en laten ze een back vrij (eerste afbeelding). Die pass is echter moeilijk te geven voor jou als keeper. Als iedereen iets bij de back weg beweegt, en hun directe tegenstanders meeneemt, kun je hem met een lange bal beter bereiken (tweede afbeelding). Opnieuw kun jij als keeper de bal beter kwijt als je als team samenwerkt.

Het kan ook gebeuren dat de tegenstander met de nummer 10 doorstapt, zoals in afbeelding 3a (eerste afbeelding). Je vrije man is nu duidelijk de verdedigende middenvelder, maar hoe krijg jij de bal daar? Als je centrumverdedigers breder gaan staan en de backs wat hogerop, rollen ze daarmee de rode loper uit voor een pass naar de controleur. Zo sta jij als keeper aan de basis van een succesvolle aanval.


Twijfel

Los van de specifieke situaties die je tegenkomt bij de doeltrap, moet je als keeper natuurlijk wel een goed gevoel hebben bij het opbouwen. Sommige tegenstanders laten bewust een speler vrij om er vervolgens massaal op druk te zetten. Als je vreest dat dit fout gaat, kun je wellicht beter kiezen voor de lange bal. Twijfel is een slechte raadgever.

Bouw je echter zelden op, dan kan de tegenstander zich continu gemakkelijk instellen op zo’n lange bal en word je minder snel gevaarlijk. Zeker als je niet goed nadenkt over het spelen van die lange bal: op wie speel je hem? Het beste is om een teamgenoot te zoeken die zijn tegenstander in de lucht meestal de baas is.

Hoe dan ook, de keeper staat er zeker niet alleen om ballen tegen te houden en is in de opbouw van achteruit degene die de aanval op gang brengt. Goed nadenken over verschillende spelsituaties, overleggen met teamgenoten en trainen op technische en tactische aspecten van het keepersvak komen je prestaties in het veld ten goede.
    Geplaatst in: Tactiek
    * invullen verplicht
    Inschrijven Nieuwsbrief Blog Keepable


    web-monitoring-ok